Eerstelingenfeest

(zo. 12 april)

Uitleg en tips voor bezinning

Hieronder lees je méér om stil te staan bij het Eerstelingenfeest...

Ga naar Home om het volledige programma te bekijken

Ieder mens heeft op zijn tijd wel eens vragen over de dood. Angst hiervoor kan ons in de greep houden. Of we vragen ons af of er iets na de dood is. Vragen die voortkomen uit een stukje kwetsbaarheid die het leven met zich meebrengt. In tijden van coronacrisis kan dit gevoel van kwetsbaarheid juist extra de kop op steken, wanneer we ondervinden dat het leven soms een plotselinge wending kan krijgen. Een gevoel van machteloosheid kan ons overvallen. We zoeken naar ankers of zekerheden om ons aan vast te houden, maar veel van die ankers blijken ons juist te ontvallen. 

Een week van bezinning laat ons stil staan bij de vraag of we onze levenszekerheden wel verstandig hebben uitgekozen. De boodschap van Eerste Paasdag is dat de dood en corona niet het laatste woord hoeven te hebben. Jezus Christus heeft bewezen dat er een opstanding uit de dood mogelijk is. Hier verwijst het Eerstelingenfeest ook naar, omdat Jezus als éérste voorop is gegaan. Indien wij ervoor kiezen om achter Hem aan te gaan, kan dat juist een bron van troost zijn om uit te putten in tijden van crisis. 

 

Zij die geloven vieren op het Eerstelingenfeest – dat dit jaar samenvalt met Eerste Paasdag – dat Jezus opstond uit de dood en daarmee hun Levensbron is. Hij was de Eersteling die als dankoffer aan God werd gebracht; iets waar de naam van het Eerstelingenfeest naar verwijst (Leviticus 23:9-11). Jezus was daarin de Eersteling van een (geestelijke) ´oogst´ van zielen die zou volgen (1 Korintiërs 15:12-34). Die oogst aan volgelingen zouden als uitdrukking van hun geloof laten dopen, daarbij denkend aan de dood en opstanding van Jezus. In de Romeinenbrief hoofdstuk 6 brengt Paulus dit onder woorden als ´het samengroeien met de dood van Jezus, en het met Hem opstaan in een nieuwe levenswandel´ (vers 6-8). De geestelijke betekenis hierachter is dat iemand op het moment van geloven overgaat van het rijk der duisternis naar het Koninkrijk van God (Kolossenzen 1:13-14). 

Deze overgang wordt ook uitgebeeld in de doortocht van het Bijbelse volk Israël door de Schelfzee, nadat zij de slavernij van Egypte waren ontvlucht (Exodus 14). Het volk was pas werkelijk vrij nadat zij de macht van de vijand voorgoed achter zich hadden gelaten na doortocht door de Schelfzee (1 Korintiërs 10:1-3). Op grond van Exodus 5:3 en Numeri 33:1-8 wordt verondersteld dat deze doortocht na drie dagreizen sinds hun bevrijding plaatsvond, dat wil zeggen precies halverwege de zeven dagen van Ongezuurde Broden. Jezus gaf hier in Zijn leven ook invulling aan door in het jaar van Zijn sterven na drie dagen en drie nachten op te staan uit het dodenrijk (Matteüs 12:40). Voor volgelingen van Jezus betekent dit alles dat zij worden bevrijd uit de slavernij van geestelijke duisternis, en door de doop heen overgaan tot het Koninkrijk van God (Johannes 3:5; Kolossenzen 1:13-14).       

 

Het Eerstelingenfeest, ofwel de dag van de Opstanding, verwijst daarmee naar het fundament van de doop die volgt op de twee eerdere feestmomenten die wijzen op het fundament van geloof en van bekering (Hebreeën 6:1-2). Het feest van de Eerstelingen kijkt daarmee tegelijk vooruit naar het vierde fundament onder ons geloofsleven: het ontvangen van de Heilige Geest. Ter completering van het nieuwe leven in Christus werd in de geloofspraktijk van de apostelen de Heilige Geest via handlegging toegedeeld aan nieuwe discipelen (Hebreeën 6:2; Handelingen 8:17, 19:6). 

De Geest van God werd voor dit doel uitgestort op de Pinksterdag, dat in het Oude Testament ´het wekenfeest´ werd genoemd (Deuteronomium 16:9-10). Het is ook opmerkelijk hoe de relatie tussen het Eerstelingenfeest en het Wekenfeest (Pinksterfeest) al in het Oude Testament vast lag. Volgens Leviticus 23:15-16 moest er vanaf dit Eerstelingenfeest zeven volle weken plus een dag worden geteld tot aan dit Wekenfeest. Gelovigen vieren vijftig dagen na de dag van Jezus´ Opstanding het Pinksterfeest. Daarmee herdenken zij dat de Geest de wetten van God in hun harten schrijft (Jeremia 31:33). Mozes leidde immers het Bijbelse volk Israël uit de slavernij van Egypte. En waar Mozes het volk Israël in voorging, daar ging Jezus Zijn nieuw verworven Gemeente in voor en gaf Hij vijftig dagen na Zijn opstanding de Geest door aan het volk (Handelingen 2:32-33).