Gebedsreis: woensdag 15 april 


Het volk Israël komt aan in Mara en vinden eindelijk water. Maar wat blijkt… het water blijkt bitter te zijn! Direct uit het volk hun misnoegen in een klagen en murmureren tegen hun leider. Als God Mozes de opdracht geeft om een stuk hout het water in te gooien, wordt het bittere water zoet. Het hout is een verwijzing naar het (kruis)hout en daarmee naar een nieuwe openbaring over God als hun Geneesheer (Exodus 15:26). Het bittere geklaag gaat hopelijk plaats maken voor de zoete geur van Christus.

 

De zeven dagen van Ongezuurde Broden begon aan de vooravond ervan met een openbaring over het Paaslam dat geslacht is. En het eindigt ook weer met een openbaring van het (kruis)hout, waarop het Paaslam verhoogd zou gaan worden tot vergeving van onze zonden en genezing van onze ziekten (Num. 21:8; Joh. 3:14-16; Jes. 53:5; Psalm 103:3). Ja, die belofte voor genezing is er ook voor onze tijd, omdat God zegt: “Wanneer het volk dat Mij toebehoort zich verootmoedigt en zij bidden en zoeken Mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, hun zonden vergeven en het land genezen” (2 Kronieken 7:13-14). 


Met die openbaring van God als Geneesheer kon het volk verder de woestijn in trekken, levend uit geloof. We blikken daarmee vooruit naar het moment dat God Zijn wet gaf op Sinaï, en onder Zijn volk wil komen wonen of tabernakelen (Exodus 25:8). Onder het Nieuwe Verbond gaf Jezus de Heilige Geest door aan Zijn Gemeente (Pinksterfeest) en kwam daarmee wonen in de Gemeente (Feast of Tabenacles / het Loofhuttenfeest). Zijn Naam is immers ´Immanuel: God mét ons´!

God wil Zijn Huis van Gebed in en onder ons bouwen (Markus 11.17). Het is daarom goed om de zevendaagse gebedsreis af te sluiten met Gods doel en belofte met het Feest van Ongezuurde Broden. Hiervoor lezen we de volgende woorden van Paulus als een gebed tot God:

“Wij toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft: Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Daarom gaat weg uit hun midden, en scheidt u af, spreekt de Here, en houdt niet vast aan het onreine, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot Vader zijn en u zult mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Here, de Almachtige. Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling van het vlees en van de geest, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods.” (2 Korintiërs 6:16 - 7:1).